Insta: PROJECTJE

Verhaal geschreven en gefotografeerd door Mees en Merel van Haastert.
De een wist niet wat de ander gaat doen.
Meivakantie 2020 - verschenen in dagelijkse bulletins vanaf 23 april 2020.

 

















Hoofdstuk 1 - De boodschappen
Joopie en Liselot lopen de supermarkt in, omdat ze iets lekkers willen halen. Ze weten nog niet echt wat ze willen hebben. Net op het moment dat Joopie iets wil pakken horen ze mij zeggen: “Hey, wat mot dat hier in mijn winkel?” Liselot en Joopie schrikken en draaien zich om. Ik begin te lachen. “Je liet ons echt heel erg schrikken, Buurman Bert”, zegt Liselot met een trillende stem. “Vooral dat je die hardere stem gebruikte”, zegt Joopie, “ En die kleding... ik wist niet dat jij hier werkt.” Ik heb een lelijke, rode Dirk-polo aan met daaronder een spijkerbroek die ik van mijn ex-vrouw heb gekregen en witte Nikes. Liselot is negen jaar en gedraagt zich al als een volwassen vrouw. Af en toe vraag ik me af hoe die ouders dat voor elkaar hebben gekregen. In tegenstelling tot Joopie. Zijn naam zegt het eigenlijk al: Malle Joopie, zo wordt hij bij ons in de straat genoemd. Hij houdt van basketbal en draagt dat soort kleding. Dat zijn ouders dat goed vinden. Ik zie Joopie met een pinpas in zijn handen staan en Liselot met twee zakken chips, Fanta en Cola. “ Jullie mogen niet met pinpas betalen als jullie nog zo jong zijn. Zet alles maar weer terug op zijn plek.” Waarop Joopie reageert: “ Das nie waor! Ik mag hier altied met pinpas betalen.” “Als je normaal praat mag het.” De twee kinderen lopen naar de kassa en rekenen af. Zonder gedoe. Haha, en zij geloven dat ik het meende. Nadat ze hebben afgerekend lopen ze naar buiten en zwaaien even met een brede glimlach op hun gezichten. Ze stappen op hun fietsjes en komen onderweg Omaatje Jannie tegen, die staat te worstelen met boodschappentasjes. Zij woont ook bij ons in de straat, bij Liselot, Joopie en ik. De Oude Molstraat. Jannie staat er om bekend een super omaatje te zijn, want ze is eenennegentig en staat nog steeds op haar eigen beide benen zonder dat er iets mankeert aan haar. Onze straat is  twee kilometer lopen hier vandaan. Jannie ziet Joopie en Liselot langs rijden en vraagt ze even te stoppen om te helpen met de boodschappen. Joopie hoort het. Liselot moet stoppen voor een stoplicht en ziet dat Joopie haar wenkt. Jannie heeft drie boodschappentasjes en dat is net iets teveel voor haar. Ze vraagt Joopie en Liselot met haar mee te lopen zodat ze kunnen helpen met de boel naar huis sjouwen. Met als beloning een lekkere bak Bami, die ze thuis mogen opeten. Joopie houdt van eten en zegt daar geen nee tegen, net zoals Liselot. Ze zouden het ook doen zonder een beloning, maar Jannie is erg gul. Jannie en Joopie lijken zo op elkaar dat je zou denken dat ze familie zijn. Hun ouders hoorde dat gerucht in onze straat ook en dachten: ‘dan maken we haar gewoon familie.’ En zo zijn ze allemaal bij elkaar gekomen. Als de ouders weg zijn kunnen zij altijd bij Jannie terecht. Jannie zorgt goed voor hen en heeft ook speelgoed en kleding voor ze gekocht. Ze houd veel van die twee. Joopie, Jannie en Liselot lopen terug naar huis. Joopie en Jannie lopen eerst naar huis om te zeggen dat ze even bij oma zijn en bami meekrijgen. Daarna lopen ze met Jannie mee die tien huizen verderop woont. Liselot wil graag bij oma blijven en met haar spelletjes doen en Joopie wil basketballen. Dus Joopie brengt de Bami naar huis en vraagt of ik thuis ben. Zijn ouders zeggen dat ik er nog niet ben.









Hoofdstuk 2 - Bink
Eerder vanochtend zag ik die twee in de straat heen en weer steppen. Joopie is eigenlijk al wat te oud voor steppen op straat. Hij doet het voor zijn zusje. Zoiets als tussen servet en tafellaken. Ik zit zo ‘s ochtends vaker bij het raam de wereld wat in mij op te nemen. Kopje koffie met 1 zoetje, want ook ik moet aan de lijn denken. Ja, dat denk je niet direct bij een vent als ik, maar ook mannen zijn heus bezig met hun lichaam. Ook ik ben de fitste niet meer en moet opletten. Die middelbare leeftijd nadert en met 41 ben ik toch geen jeugd meer, moet ik constateren. Of dat zoetje nou zo gezond is, dat weet ik niet. Ik ben in ieder geval niet meer als die twee die buiten vrolijk rondhuppelen.
Ons straatje is een smalle en iedere keer moeten Joopie en Liselot aan de kant voor een fietser, brommert of auto. De Haagse binnenstad blijkt dan toch drukker dan je van zo’n achteraf straatje verwacht, verscholen tussen de winkelstraatjes van het Hofkwartier. Op een gegeven moment zie ik ze wegsteppen in richting van de Paleistuinen. Best chique, spelen in het openbare parkje direct achter het werkpaleis van de koning. Over de paadjes steppen of fietsen, balletje trappen, beetje onder een boom hangen of er toch proberen in te klimmen ook al is het verboden. Dat is dan een soort van je achtertuin. Niet dat Joopie en Liselot zulke net geklede kindjes zijn dat ze bij de koning op audiëntie mogen komen. Het zijn wel lieverds. Joopie en ik mogen graag door de straten van de stad lopen, brommertjes kijken, want Joopie weet dat het nog maar 5 jaar duurt voor hij zelf door de straten kan scheuren. Ik denk dat ik Den Haag alvast moet gaan waarschuwen voor nog zo’n puberjong met evenveel gierende hormonen als opgevoerde PK’s. Liselot is nog niet bezig met zulke dromen. Die zit vaak nog zoet in het gras madeliefjes tot een ketting te rijgen, die ze vervolgens op haar hoofd legt. Ze draait dan rondjes en vraagt je wie de mooiste in het land is. Als je zegt de koningin geeft ze je een por in je zij en roept: “Je moet zeggen ‘jij Liselot, bent de allermooiste en de allerliefste’.”
Terwijl ik mijn koffiekop op de vensterbank wil zetten, zie ik in mijn ooghoek ‘trouble’ om de hoek komen. Ah ja, daar heb je Bink. Bink woont twee straten verder in een statig huis aan de Prinsestraat. Zijn ouders hebben beneden een stoffenzaak. Van die dure stoffen waar je canapés mee bekleed, gordijnen van damast laat maken. Van die stoffen die hangen bij mensen in het Statenkwartier, bij de koning. Niet bij mensen als wij. Bink heeft het daardoor hoog in zijn bol, bralt behoorlijk met een hete aardappel in zijn keel en denkt dat hij de baas is over alle kids van de wijk. Liselot doet liever een straatje om als ze Bink ziet aankomen. En dat is nog wel eens, want Bink moet van zijn moeder altijd brood halen bij het bakkertje op de hoek in onze straat. Dan gaat hij uren dralen voor het winkeltje, stoer doen met zijn vrienden die ook op het bankje hangen. Allemaal niksnutten als je het mij vraagt, van die meelopers die hun eigen nietigheid proberen te verbergen door nog harder dan de baas te schreeuwen. In dit geval Bink.
Bink is op dit moment alleen. In plaats van dat hij het bakkertje in gaat, zie ik hem ook door fietsen naar de Paleistuinen. Als dat maar goed gaat.



Hoofdstuk 3 - De Paleistuinen

Ik vind het een beetje eng worden hoe ik weet dat die kids daar zijn. Ik ben eigenlijk vreselijk moe, maar ik wil er toch voor ze zijn. Ik loop snel naar boven en trek mijn Nike chill pak aan en mijn oude afgetrapte Adidasjes, want die gaan wat makkelijker aan dan die Nikes. Daarbij is het zondag, dus loop ik sowieso niet op mijn Nikes. Ik zoek mijn sleutels en mijn skateboard. Zoals ik zei, ik ben misschien niet de fitste man op aarde, vroeger mooi wel skater geweest. Waarschijnlijk wat minder geworden door de jaren heen, neemt niet weg dat ik het nog kan. Ik draai de deur open en kom Jannie tegen. Jannie is bij de bakker geweest. Ze heeft ook wat lekkers had gehaald voor mij. ”Ik ga naar de Paleistuinen om te kijken of het met die twee kids wel goed gaat.
Wil je mee? Ik zag namelijk dat Bink er ook naartoe ging.” “Natuurlijk, met z’n twee sta je altied sterker. Ik had ook wat voor hen gehaald, dus kan geen kwaad.”. Jannie gaat weer op haar scootmobiel zitten en vol gas rijden we samen richting de Paleistuinen. We gaan zo hard dat we haast tegen een fietser aanrijden. Diegene begint te schelden. Waarop Jannie reageert dat de vrouw niet zo tegen een oud vrouwtje moet schelden. Nu wordt de fietser erg boos en begint zich om te draaien om achter ons aan te komen. We houden geen moment van stilstand en rijden door. De fietser denkt volgens mij: ‘die gaan te snel, ik heb hier geen zin meer in’. Ze geeft op.
We komen de Paleistuinen binnen en we zien Bink zitten met een blowtje en op
tien meter afstand zitten de kids. Joopie die met zijn basketbal zit te friemelen en Liselot met wat bloemetjes. Ik loop naar Bink en Jannie naar de kids.


Ondertussen dat ik naar Bink loop, begint hij te schreeuwen: “ Hey Bert, lang niet gezien! Wil jij ook een blowtje?” “Denk je nou echt dat het heel slim is om hier te gaan zitten roken? Ten eerste, naast kinderen en ten tweede in precies hier de Paleistuinen”, zeg ik. “Denk je nou echt dat ik daar niet over heb nagedacht?! Natuurlijk kan dat gewoon. Die ouwe takken, die daar in dat huis wonen, zijn mijn achter-achter-achter neven, nichten, ooms en tantes. En daarbij heb ik ook al wat vrienden uitgenodigd. Die komen zo.” Wat kan die gozer strak uit zijn nek lullen, zeg. Niet normaal. Ik ga inmiddels naast hem zitten om hem in de gaten te houden en te irriteren, want daar kan hij niet tegen.



Hoofdstuk 4 - Familie
“Een blowtje, hè? Wie zijn die vrienden? Wonen ze hier in de buurt?” Bink begint stoer te vertellen dat het oudere gasten zijn die hij kent van Cremers, sinds mensenheugenis bekende tent hier in de Prinsestraat en waarschijnlijk omstreken. Dat dacht ik al. Het wordt tijd om Joopie en Liselot richting huis te sturen. “Hé Jannie, zullen we bij mij thuis al dat lekkers van je maar eens gaan oppeuzelen?!”
Zo stappen we als een vrolijke bende naar huis, beetje slap kletsen, porretje hier, porretje daar, blaadjes naar elkaar gooien. In mijn ooghoek zie ik dat Joopie wat ongemakkelijk doet en een schalkse blik op Bink werpt. Dat zint mij niet. Joopie weet heel goed dat Bink slecht nieuws. Ik kan niet goed inschatten wat daar aan de hand is. Thuis zitten we rond de tafel en genieten we van de kunsten van ons bakkertje. Wanneer onze buikjes goed vol zitten, gooi ik iedereen de deur uit. Tijd voor werk.
Dat Jannie en Joopie voor oma en kleinzoon worden aangezien is niet alleen maar uiterlijk. De haast roekeloze baldadigheid met goed hart van Joopie heeft wel iets weg van de kranigheid waarmee Jannie het leven
tegemoet treedt. Ik kan me zo voorstellen dat Jannie een pittige tante was vroeger. Woorden rollen rap van haar tong en als je niet uitkeek sloeg ze je er vast mee om de oren. Jannie liet zich geen oor aannaaien en iedere jonge man moest van goede huize komen om bij haar in de buurt te komen. Gevlei zal niet gewerkt hebben, daar is Jannie veel te zelfstandig en zelfverzekerd voor. Joopie heeft
ook die kwaliteiten en zal later goed bij de meisjes vallen. Hij heeft nog geen vriendinnetje gehad, maar daar gaan de hormonen snel verandering in brengen. Tot die tijd is hij ook nog wat naïef als het aankomt op jongens als Bink. Hij ziet niet dat Bink best slim is en heel goed weet hoe hij mensen moet bewerken zodat ze doen wat hij wil. Kijk maar naar die meelopers waar hij vaak mee is. Hij weet ze exact te bespelen, knappen zijn vieze klusjes op en daarmee blijft hij steeds buiten schot. Ik moet uitgaan zoeken wat dat was tussen Bink en Joopie. Misschien is Liselot wat loslippiger.
‘s Avonds schuif ik even aan bij de ouders van Joopie en Liselot, Maud en Pim. Lekkere rasechte Hagenezen, al hoor je ze niet vaak Haags praten. We zijn een gezellig straatje waar we elkaar kennen en ook vrij laten. En een wijntje en biertje delen is altijd beter dan alleen. Ik vertel ze dat ik Joopie morgen meeneem om een bestelling op te halen ergens in de buurt van de Valkenburglaan. Daarna pik ik Liselot op om samen een ijsje te eten bij Florencia. Kijk, het is niet voor niets dat je op een steenworp afstand woont van de beste ijszaak in Den Haag. Wat zeg ik? Van Nederland! Mooi de gelegenheid om die twee uit te horen.



Hoofdstuk 5 - Goeie Morgen

De volgende ochtend pak ik weer een kop koffie. Het is namelijk half 6 ‘s ochtends. Ik moet zo even naar de Dirk om de zaak wat te checken en dan geef ik de sleutels aan Bassie,de assistent manager. Dat is pas over een uurtje. De zaak gaat om half acht open en er moet één iemand zijn om half zeven om openen en de tweede moet blijven voor de uren die hij/zij die dag draait. Ik loop naar mijn slaapkamer om me aan te kleden. Ik heb een bestelling op te halen en lever die dan af bij de winkel. Ik pak een broodje filet american. Toch moet in Dirk-kleding. Ik hou niet van ontbijt, maar ik moet anders ben ik de ergste chagrijn op aarde ben. Net toen ik mijn jas aan wilde trekken zag ik Joopie op straat. Joopie is wel eens vaker zo vroeg op straat, maar nooit alleen. Nu staat hij een beetje zenuwachtig te ijsberen. Ik loop dichterbij het raam om goed te zien
wat er gebeurt. Ineens zie ik Bink de bakker uit komen. Bink heeft
waarschijnlijk even gewacht met naar buiten komen om te kijken of de kust veilig was. Ik klik mijn leeslampje aan om het nog beter te kunnen zien. Bink praat tegen Joopie. Joopie kijkt zenuwachtig rond en is duidelijk niet op zijn gemak. Joopie pakt iets uit zijn zak. Precies aan de kant waar ik niet kan zien wat het is. Op het moment dat Joopie hetgeen hij vast heeft aan Bink wil geven, ziet Bink mij staan. Hij zegt iets en rent meteen weg. Joopie kijkt opgelucht op. Ik trek snel mijn schoenen en jas aan, en pak mijn tas. Even snel om te kijken of ik Joopie nog tegemoet kom, maar die is naar binnen gegaan. Ik heb geen tijd meer om aan te bellen, ik moet die bestelling ophalen. Ik open de winkel, zet een bak koffie en in de tussentijd loop ik even een rondje om alles te checken. Niks aan de hand. Ik
loop weer naar de privé-ruimte en ga achter de computer zitten om wat administratie te doen. In mijn achterhoofd blijft telkens als een filmpje dat van Bink en Joopie afspelen, waardoor ik mij gewoon niet kan concentreren. Ik ga nogmaals de winkel in om wat eten voor mezelf te pakken. Natuurlijk reken ik dat af met mijn pinpas. Ik koop een broodje gezond huismerk en een blikje energie. Dat vind ik beide zo lekker. Op het moment dat ik net weer wil gaan zitten om het op te peuzelen, herinner ik me ineens wat Joopie aan Bink wilde geven.













Hoofdstuk 6 - IJs
Twee Rummikub-steentjes. Ik wrijf even flink in mijn ogen. Dat moet ik verkeerd gezien hebben. Twee Rummickub-steentjes? Waarvoor geeft Joopie Bink Rummikub-steentjes? En wat moet Bink daar dan mee? Joopie speelt helemaal geen Rummikub, dat doet Liselot graag. Ik had Bink meer ingeschat als Stratego-speler en anders zeker een online gamer. Zou Liselot dit weten? Zijn er al meer steentjes naar Bink gegaan? Gaan er ook andere dingen Bink zijn kant op? Zo ja, wat nog meer? Zo niet, hoezo dan alleen Rummikub? Ik lijk wel een ware Inspector Gadget geworden, minus grijze regenjas  en hoofd vol geinige uitvindingen. Vooral die heli-bladen zodat hij kan vliegen. Focus, Bert, focus. Rummikub, rare toestand met Joopie en Bink. Op onderzoek.
Tijd om Joopie op te halen en naar de Valkenboslaan te gaan. Het is flink stiefelen van de Oude Molstraat naar de Valkenboslaan ter hoogte van het Copernicusplein. Ik loop toch het liefst door ons mooie stadje. Plus het is inmiddels voorjaar en best te doen zo in het zonnetje. Joopie koos als klein manneke al vroeg mee op stap te gaan. Net als vandaag kletsen we dan eindeloos in de rondte. Deze keer vooral omdat ik het gesprek niet zo goed richting vanochtend en Bink weet te krijgen. Joopie lijkt wat nerveus, hij weet dondersgoed dat ik hen gezien heb op dat bewuste moment vanochtend. Je kan niet van een elfjarige verwachten dat hij uit zichzelf over iets waarschijnlijk beschamends, misschien zelfs crimineel, zal beginnen. Het kost volwassenen al moeite om dingen toe te geven als ze iets proberen te verbergen en zich betrapt voelen. We denken dat kinderen zomaar vanzelf over dingen zullen beginnen, want wij zouden zo betrouwbaar zijn. Kids hebben ons feilloos door, vaak beter dan we onszelf kennen. Je hoeft bijvoorbeeld een vijfjarige niets op de mouw te spelden, die heeft gelijk door of je eerlijke intenties hebt of niet. Joopie is een prater en deelt graag, wil niet zeggen dat ook hij heeft te leren beter iets op te biechten dan te liegen. Ik laat het voor nu eventjes. Ik ben immers zijn vader niet. Daarbij, we hebben het hier over Rummikub-steentjes.
We lopen langs de oude bibliotheek richting het Zeeheldenkwartier en door de Van Kinsbergenstraat. Joopie slaat die straat nooit over. Zijn moeder had haar eerste kamer daar, op nummer 79A. Ze vertelt Joopie graag van de nacht dat ze wakker schrok van water dat van het balkon bovenop haar bed viel. Of van de zomernacht dat ze van de bioscoop terugkwam, het Metropole op de Carnegielaan, en het nog zo warm was dat ze haar schoenen uittrok en met opgetrokken jurk door de fontein stapte. We slaan linksaf, verder door de Piet Heinstraat over de brug van de Conradkade. Op de brug hangen we over de reling en gooien een paar steentjes in het water, wie de meeste kringen kan maken. Op de Valkenboslaan zit een curiosawinkeltje waar ik een oude lamp heb laten opknappen om straks in de hal boven te hangen. Natuurlijk kunnen we het daarna niet laten even onze neus om de hoek van Garage Valkenbosch te steken. De benzinelucht en vooral dat gesleutel aan die brommers, sorry scooters heten die dingen tegenwoordig. Je eerste brommer vergeet je nooit, net als de eerste keer dat je bekeurd werd voor het opvoeren en oom agent je nog op papier een bon uitschreef, die je dan wanneer hij uit het zicht was uit je zak op straat gooide. Net doen of je neus bloedt.
Bij thuiskomst blijkt dat Liselot bij Jannie zit. De twee zijn aan het knutselen. Bloemetjes. Bloemetjes in hun haren, bloemetjes op kleurplaten, slingers van papieren bloemetjes, bloemetjes op de kaften van schriften getekend. En heus niet allemaal roze. Liselot is meisjesachtig met een flinke scheut Pippie Langkous. Ook zo lekker wijs voor haar leeftijd. “Bert, gaan we nu een  ijsje eten? Dat had je beloofd, dat Joopie en ik van jou een ijsje zouden krijgen.” “Daarvoor kom ik je halen, slimmert.” “Mooi. Jannie, mag ik dit laten liggen, ga ik strakjes er mee verder.” Jannie knikt vanaf haar luie stoel. Wanneer we naar buiten lopen kan ze ons zien via het spiegeltje dat aan haar kozijn hangt op de eerste etage. Een spionnetje noem je die dingen. Vermaak en buurtpreventie in één. Zou Jannie vanochtend vroeg Joopie en Bink ook hebben gezien?
Op het plein voor Florencia vraag ik Liselot vast om te denken over welke twee smaken ze zo wil. Ze kan zo’n heerlijke draaikont zijn, loopt het liefst 20 keer heen en weer voor de vitrines voordat ze haar neus en vingers tegen de ruit drukt en roept ‘deze en deze’. Ook deze keer is het niet veel anders. Joopie is een rechtdoorzee man wanneer het om ijs gaat: chocola en aardbeien. Klassieke combinatie. Ik ga voor grapefruit en after eight. Allebei een hoorntje met zo’n servertje. “Bert, als ik later nou een scooter wil, moet ik nu dan vast gaan sparen? Ik wil wel zo’n stoere met van die felle fluor strepen, niet zo’n Italiaanse Vespa. Die zijn voor ouwe lullen. Ik wil niet voor aap rijden.” “Oh, ik ben een oude lul, hè?! Pas op, kleine smurf! Later piep je wel anders. Dat beloof ik je. Wat vinden je ouders er van? Hebben ze al gezegd dat je op je zestiende het rijbewijs mag halen? Wel essentieel dat papiertje.” “Ah joh, makkie. Iedereen kan scooter rijden. En papa haalt mama wel over, die vindt dat ik moet wachten tot ik mijn auto-rijbewijs kan halen. Ze vindt het allemaal duur en dan zou ik in één keer klaar zijn. Ik denk dat ze liever niet heeft dat ik door de stad ga scheuren.” Liselot is er uit en de medewerkster schept geduldig een bolletje karamel-ijs en een bosbessen in het bakje. Ze kiest een geel lepeltje, want daar houdt Liselot het meest van. Kind aan huis. We schuiven aan de hoge tafels langs het raam en staren wat voor ons uit over het plein. De zon zakt langzaam achter de huizen aan de overkant van de Gravenstraat gezakt, de avondschemer kleurt straks alles goud-geel. “Gaan we een keertje naar het strand, Bert, om de zonsondergang te zien? Ik wil ook weer een keertje zwemmen,” vraagt Liselot. Ik zeg dat het water nu nog wat koud is zo na de winter, maar Liselot beweert dat ze net zo flink is als die mensen die op Nieuwjaarsdag een duik nemen. “Bert?!” “Ja, Liselot…” “Bert, doe jij vrijdag ook mee met het buurttoernooi?” Het buurttoernooi? Ik trek een verbaasd gezicht, draai mijn hoofd om naar Joopie , maar die eet vol concentratie door. IJs is een serieuze zaak, moet je weten. Kom niet tussen een man en zijn ijs. Blijkbaar is hij op de hoogte van dit buurttoernooi. “Ik weet niets van een buurttoernooi, Liselot. Dat is overmorgen. Vertel, wie mogen er mee doen?” “Weet je dat dan niet? Jannie doet ook mee. De oudjes tegen de jonkies. Ganzenborden!”


Hoofdstuk 7 - De Teenslippers
Ik heb gister niets meer gedaan en dus ook niet meer met Joopie gepraat. Ik heb een serie gekeken en ben weg gesukkeld op de bank om HALF 10! Maar werd om half 8 ‘s ochtends weer wakker, omdat er op mijn deur werd gebonsd. Gelukkig werd ik bij de eerste bonk al wakker. Ik heb ook zo'n mega
overpriced deurbel van RING. Daarmee zag ik op mijn telefoon dat Joopie en Liselot voor de deur stonden. Ik rende naar beneden. Liselot hield Joopie vast en huilde. Joopie bleef maar bonzen en hield zich vast aan het bankje naast de deur. Ik zag ook dat de twee helemaal uitgeput waren. Ineens rende er drie jongens de hoek om. Het waren Bink, Sien, iemand uit een straat hiernaast, en Simon. Die laatste drie zijn de ergste pestkoppen van de wijk en niemand weet waar Simon woont. Daarom zie je Bink overdag niet vaak op straat, maar wel vaker ‘s avonds en ‘s nachts. Simon riep: “Kleine kutkinderen, geef ons die Rummikub-steentjes. Etterbakken!” In de tussentijd waren de kids naar binnen gerend en stond ik nog bij de deur. Ik heb hier beneden nog teenslippers staan. Dus ik zeg tegen de kids dat ze weer moeten komen om iets uit te halen. Daar houden ze wel van en rennen naar beneden. Ik geef hun ieder een paar teenslippers en ik zelf twee. “Oké, we gaan zo naar buiten en rennen zo hard als we kunnen op
de drie jongens af. Als we dichtbij komen, gooien wij deze teenslippers naar ze. Vertel dit niet aan jullie ouders.” We doen de deur open en beginnen te rennen. De drie zien ons aankomen en zetten het op een lopen. Ze hebben de conditie van een dode mus, want ze sporten niet. We halen ze in. Joopie en Liselot gooien met de slippers, ik niet. Dat doe ik bewust niet zodat de pesters het nare gevoel krijgen dat ze aangevallen worden door een stel ‘KLEUTERTJES’. Haha, dat zal ze leren. De drie ontsnappen. Joopie doet een bokser na die iemand KO heeft geslagen. Het liefst had hij ze met die slippers een paar meppen verkocht. Liselot roept: “I am a winner!” “Beloof me dat jullie niet denken dat dit normaal is, ja.” “Ja Bertje, we zullen dit niet meer doen”, zegt Liselot op een sarcastische toon. “Nee hoor, grapje. We zullen dit echt niet meer doen”, zegt Joopie, ”We hebben ze wel verslagen. Ik vind
geweld ook niet ok, maar wat die jongens ons aandoen is niet normaal.” We liggen allemaal in een deuk en zelfs Jannie gooit haar raam open en begint te lachen. Toen we hoorden dat Jannie ging lachen waren we even stil, maar het is Jannie en die kop van haar daar kan je gewoon niet tegenop. Jannie zegt: “ Zeg etterbakjes, kom eens naar boven en kom maar even praten met wat koekies en thee. Jij, Bert? Koffie?”

 
Hoofdstuk 8 - De Dag van de Rummikub-beker
De meivakantie is allang voorbij. Ik had op de laatste dag willen opschrijven over de dag van het toernooi, maar ik viel na die dag als een blok in slaap, zo voorover met mijn neus in het kussen. En dan vliegen vervolgens de dagen voorbij in een lange reeks, eentje die door blijft rollen en rollen tot je je ineens op een zondagochtend vindt en denkt: ‘Dan is dit het moment.’ Het moment dat ik noem: ‘De Dag van de Rummikub-beker’.
Het jaarlijkse buurttoernooi vindt plaats in Korzo, klein theater in Prinsestraat. Vorig jaar was het in de Grote of St. Jacobskerk, dat vindt de dominee zelf ook gezellig. Dit jaar is er een of andere kunstmanifestatie, de kerk wordt regelmatig voor zoiets afgehuurd. Het is ook mooi zo Rond de Grote Kerk. Wanneer ik oversteek van de Juffrouw Idastraat naar Korzo komt er weer zo’n lage bak voorbij met veel te grote speakers, zware beat. Mijn trommelvliezen trekken die muziek niet, ik ben meer van Nederlands talig. Ik tref Liselot bij binnenkomst in de foyer aan. Lekkere vroegert is deze kleine, je kunt op haar bouwen. “Hi Buurman Bert!’ Ze stormt met een brede lach op me af. “Ik heb er zo zin in, Bert. Ze zijn bezig met alle tafeltjes en stoelen klaar zetten. Ik mag zo helpen met de ganzenborden. We hebben 5 teams oudjes en ook 5 jonkies. Het wordt een echte afvalrace!” Terwijl ze praat hopt ze constant van het ene op het andere been. Stilstaan is er vandaag niet bij. “Liselot..? Jij bent toch meer van Rummikub? Waarvoor hebben ze dan dit jaar voor ganzenbord gekozen? Je mocht toch meebeslissen met de grote mensen?” Ik informeer voorzichtig. “Ja, ik mocht wel meebeslissen, maar mama zei dat ganzenbord lekker meer frustratie geeft met al dat in de gevangenis en terug naar Start. En niemand heeft de laatste tijd zin in Rummikub. Ik vraag het steeds, maar dan zegt Joopie dat het saai is. En papa en mama reageren niet.” “Zegt Joopie dat?”, merk ik langs de neus weg nieuwsgierig op. Liselot holt weg richting de grote zaal. Blijkbaar tijd voor de ganzenborden of ze kan haar enthousiasme niet meer bedwingen.
Binnen is het een gezellige boel. Op het laatste moment moet er altijd nog veel gebeuren. Gelukkig neemt iedereen wat te eten mee zodat we bergen hebben voor de hele dag en de week erop, zal ik maar zeggen. Er zijn altijd wel een paar buren die de koffie, thee en limonade voor hun rekening willen nemen. De muziekinstallatie wordt beheerd door Jeffrey van de Coffee Company. Garantie voor een hoop gezellige deuntjes zo door de dag heen.
Het toernooi begint om 16.30 uur zodat iedereen klaar is met werk. Langzaam druppelt iedereen binnen. De teams dragen matching kleuren en sommigen hebben zelfs een slogan op hun shirt. Mijn eigen team, bestaande uit Maud, Pim, Jannie en mijn maat Ramos dragen natuurlijk geel-groen. Wat anders! We hebben geen voorbereidende trainingsessies nodig gehad, ganzenbord spreekt voor zich. Het team van Liselot, Joopie, Jamie, Adjoe en Lemar heeft zichzelf tot ‘De Hofvijvertjes’ omgedoopt en dragen geel. Die kids hebben ambitie.
Met een biertje in de hand beginnen we aan de eerste rondes. Er wordt flink gelachen, het plezier spat af en toe van de borden wanneer de poppetjes door de ruimte vliegen. Een potje kan lang duren als iedereen steeds terug dondert naar start of een paar stappen terug moet. Meestal lukt het een team wel om met flinke dosis geluk het nummer 63 te bereiken. Alle kids zijn super fanatiek, maar wij oudjes doen er niet voor onder. We gooien ons allemaal vol overgave in het spel. Na 3 rondes zijn we aan de halve finale. De Hofvijvertjes gaan er echt voor. En ook het team met Bink is nog in de running. Mijn team zit inmiddels veilig aan de zijlijn en genieten van onze welverdiende rust. Maud en Pim joelen hun koters toe samen met de andere ouders. Ik hou van mijn buurtje.
Jannie is al een tijdje in geen velden of wegen te bekennen. De kranige eenennegentiger hou je niet tegen als het aankomt of een buurtbijeenkomst. Als ze niet speelt is achter het buffet te vinden om te zorgen dat iedereen het naar haar/zijn zin heeft. Toch valt het me op dat ik haar stem niet ergens hoor schallen. En ook Bink zie of hoor ik niet. Meestal staat hij in een hoekje stoer te doen met zijn maten.
De finale is tussen De Hofvijvertjes en het team van Leroy. Leroy zet zijn baseball cap goed en gaat er voor zitten. Alle tafeltjes zijn aan de kant gezet zodat iedereen om de tafel in het midden kan zitten of staan. De spanning stijgt. Liselot is nog vurig, al zie je wel dat ze wat moe begint te raken. De mannen van Leroy’s team trekken de broekrand nog een keertje op en hebben hun ‘eye on the price’. De supporters zijn in tweeën gedeeld, we weten voor wie we duimen. Adjoe is snel op 63. Dat geeft hoop. Maar dan komen Manou, Steve en Marwin ook snel op 63. Joopie trekt het haast niet meer, want hij valt steeds terug naar Start. Lemar en Jamie zetten flink door. Op het laatst hangt het om Joopie en Leroy. Ze pingelen een paar keer heen en weer tussen 59 en 62, maar dan is het toch echt Joopie die met een klap op het bord de felbegeerde 63 behaald. Opeens regent het Rummikub-steentjes. Ze komen vanaf de hogere zitplaatsen van het theater. We kijken allemaal omhoog tegen de lampen in. Ik zie het silhouet van Bink. Hij strooit de steentjes in het rondte. Ook aan de andere kant van de zaal is iemand aan het strooien. Vanuit de foyer rijdt Jannie op haar scootmobiel de zaal in. Een spotlicht volgt haar. Met één arm omhoog gestrekt houdt ze een beker vast. Die ziet er niet bekend uit. We hebben altijd een zilveren wisselbeker en deze is wit. Nee, deze is gemaakt van Rummikub-steentjes! Jannie rijdt op De Hofvijvertjes af. De kids staan te springen en juichen. Dolblij dat ze iedereen hebben verslagen en als ware winnaars over de wijk regeren. Jannie stopt voor Liselot.
“Namens het hele comité van harte gefeliciteerd met deze fantastische overwinning. Jullie zijn echte kampioenen! Natuurlijk zien jullie dat de wisselbeker er dit jaar anders uitziet. Gemaakt van Rummikub-steentjes. Hoezo, vraag je je af. Nou, het comité van dit jaarlijkse buurttoernooi wil iemand eren en belonen. Onze wisselbeker is voortaan van Rummikub-steentjes omdat Liselot zich zo inzet voor ons toernooi. Iedereen weet dat Liselot een begenadigd Rummikub-speler is. Maar er is nog een reden. Liselot, wij willen je vragen om officieel lid te worden van het comité. Het buurttoernooi zal dan de ‘Liselot van Gamert Games’ gaan heten. Wat vind je daar van, Liselot?” Liselot staat perplex en kan geen woord uitbrengen. De zaal is inmiddels in gejoel en gejuich uitgebarsten. Sommigen scanderen: “Liselot! Liselot! Liselot!” Ze gaat op de schouders van Karel en Winston door de zaal. Joopie straalt en klapt hard voor zijn zusje. Mijn vuisten zijn ook in de lucht en ik joel even hard mee met de rest. Daarvoor waren die Rummikub-steentjes. We feesten nog vrolijk verder en maken ons niet druk over hoe laat de kids in bed komen.











EINDE

Geen opmerkingen:

Een reactie posten